Inloggen  |  Registreren

U bent niet ingelogd
Home

Info Exchange
       Nieuws
       Praktijk Cases
       Producten
       Downloads
       Links
       Polls
       Nieuwsbrieven
       Software Asset Management

Forum Exchange
       Actieve Topics
       Wensenlijst
       Design Exchange

Social Exchange
       Groepen
       Berichten

Learning Exchange
       Tutorials
       Video Tutorials
       Tips & Tricks
       Trainingskalender

Over ons
       Informatie over AutoCADExchange.com
       CAD Credits
       Veel gestelde vragen
       Algemene voorwaarden
       AutoCADExchange.com Toolbar
       Jouw vraag aan AutoCADExchange.com
       Jouw bijdrage aan AutoCADExchange.com
       Gebruikersnaam en wachtwoord opvragen
   
 Tutorials      
09

Geplaatst op: woensdag 9 november 2011  |Article Rating |  0 reactie(s)  |  1698 keer gelezen
Delen

Introductie

AutoCAD gebruikers van het eerste uur met jarenlange tekenervaring lopen het risico niet alle mogelijkheden van de nieuwere AutoCAD versies te gebruiken. Bijvoorbeeld niet werken met viewports en paperspace en alles in modelspace tekenen. Dit kan veroorzaakt worden doordat men niet weet om te gaan met annotation scaling.
Daarom heeft community member Jos van der Heijden alle belangrijke informatie bij elkaar gesprokkeld en een tutorial gemaakt waarin wordt uitgelegd hoe annotation scaling in viewports werkt.

Het is een vrij lang artikel, dus ga er maar even voor zitten.

 

Annotation scale.

Vindt je het ook verwarrend dat je alles full-size 1 op 1 in AutoCAD tekent, maar als het gaat om tekst en annotations, je na moet denken over de schaal waarop de tekening uiteindelijk zal worden geplot? Nou ja, dit kan verleden tijd zijn.

Met de Annotation Scaling functionaliteit in AutoCAD kunt u tekst, afmetingen, arceerpatronen en andere annotatie objecten automatisch veranderen van grootte en plaatsing naar gelang de verschaling van de viewport.

Met andere woorden, annotation scaling is nu geautomatiseerd.

Zie hoe gemakkelijk het is om annotatie eigenschappen toe te passen op tekst, afmetingen, leaders, toleranties, blokken, attributen, en arceringen.

In deze tutorial leer je alles wat je moet weten om annotatie stijlen te maken en annotatie schalen toe te passen op lay-out viewports en model ruimte.

De annotation scaling tools kunnen je uren tijd besparen met het berekenen van tevoren toe te passen schaalfactoren, en het creëren, bewerken en beheren van drawing annotation op verschillende schalen.

 

Introductie van Annotation Scaling.

Annotaties zijn een cruciaal onderdeel van bijna elke tekening, en het creëren ervan kan een aanzienlijk tijd in beslag nemen.

In eerdere versies van AutoCAD, werd het creëren van annotaties in model ruimte vaak handmatig berekent en je moest vaak annotations recreëren en kopiëren naar meerdere lagen om de juiste te tonen op verschillende schalen. Onderhouden van meerdere kopieën van dezelfde gegevens was moeilijk en gevoelig voor fouten.

 

 Bovenstaande tekening bevat meerdere viewports op verschillende schalen. De geometrie is 1 op 1 getekend, maar elke weergave van de geometry is verschaald om op het vel papier te passen.

Met behulp van een traditionele aanpak, om dimensies die verschijnen met een uniforme grootte in verhouding te maken tot het totale tekening blad, zou je een andere dimensie schaalfactor moeten gebruiken en op een andere laag moeten zetten voor elke viewport. Maar annotation scaling elimineert deze extra stappen.

 

Definition van Annotation Scaling.

 Annotatie scaling is een proces waarbij objecten, zoals tekst, dimensions en arceerpatronen automatisch worden geschaald op basis van de view waarin ze worden weergegeven. Je maakt een annotation scale voor elke weergave die je gebruikt om het object weer te geven.

 

De illustratie hieronder laat zien hoe annotation scaling werkt.

De tekening bevat een vierkant, een cirkel, en twee dimensies. Dezelfde objecten worden bekeken door twee viewports op verschillende schalen. Terwijl de viewport schaal factoren de aanwezige geometrie op verschillende schalen laat zien, worden de afmetingen weergegeven op precies dezelfde grootte. Dit gebeurt omdat er twee schaal representaties voor elke dimensie zijn.

Één voorstelling is gelijk aan 1:1 en is alleen zichtbaar in de viewport die is geschaald op 1:1, terwijl de andere schaal voorstelling gelijk is aan 1:2 en is alleen zichtbaar in de viewport die is geschaald naar 1:2.

 Met annotation scaling ingeschakeld, AutoCAD berekent automatisch en voegd eigenschappen, zoals teksthoogte, gebaseerd op de huidige annotatie schaal toe.

Het gebruikt ook de annotatie schaal om te bepalen welke annotaties zichtbaar zijn in die viewports.

Je kunt de ligging van de verschillende schalen controleren terwijl de informatie zelf afkomstig is van een enkele bron.
Annotatie schalen is als het hebben van meerdere versies van annotatie objecten alle op verschillende schalen, en hun zichtbaarheid wordt automatisch geregeld op basis van de verschaling van de viewport, waardoor ze worden gezien.

 

Annotative Objects.

Je kunt annotative scaling functionaliteiten toepassen op de volgende objecten:

* Tekst (Tekst, Mtext)

* Dimensions (Dimensions, Leaders, Tolerances)

* Multileaders

* Hatches

* Blocks

* Attributes

Als je nieuwe tekeningen maakt, dien je gebruik te maken van de annotatie-opties of stijlen ondersteund door deze object typen. Je kunt ook gemakkelijk bestaande exemplaren omzetten van elk van deze soorten objecten in de annotatie-objecten.

 

Hoe verschaal je nu annotations?

Om beter te begrijpen hoe annotation scale te gebruiken, kun je nadenken over hoe je de afmetingen en de tekst in modelspace toepast met behulp van traditionele methoden.

  1.  Bepaal de paperspace tekst hoogte die getekend dient te worden in modelspace bv 2.5 mm
  2. Voor dimensions bepaal de viewport scale bv. 1:100
  3. Bepaal de schaal factor: 100
  4. Zet de dimension tekst op de goede hoogte namelijk 2.5 mm
  5. Zet de dimension schaal op de schaalfactor 100
  6. Voor Mtext
  7. Bepaal de modelspace hoogte voor de tekst, 100x2.5 mm = 250 mm
  8. Zet de tekst hoogte voor modelspace op 250 mm

Wat gebeurt er als je besluit om de schaal te wijzigen nadat je deze hebt bepaald en de juiste annotatie maten hebt toegepast op basis van de specifieke schaal?

Met behulp van traditionele methoden, zou je het hele proces moeten herhalen om de nieuwe schaal te recreëren of het wijzigen van de bestaande geometrie.

Wat als je annotations op verschillende schalen wilt laten zien?

Je dient de annotation op nieuwe laag te plaatsen voor een bepaalde schaal.

Je dient dit te herhalen voor elke schaal.

Dan dien je in de viewport de goede lagen aan en uit te zetten.

 

Hoe werkt het annotative scaling in vergelijking met de traditionele methoden?

 

Het creëren van dimensie en tekst annotation is vergelijkbaar met traditionele methodes, behalve dat je de vervelende modelspace berekeningen niet meer hoeft te maken.

 

  1. Bepaal de paperspace tekst hoogte die getekend dient te worden in modelspace bv 2.5 mm
  2. Voor dimensions bepaal de annotation schaal bv 1:100
  3. Men hoeft geen schaal factor te berekenen.
  4. Zet de dimension tekst op de goede hoogte namelijk 2.5 mm of pas een annotatieve tekst style toe.
  5. Men hoeft geen dimension schaal factor toe te passen
  6. Voor Mtext
  7. Men hoeft geen modelspace hoogte te bepalen
  8. Zet de tekst op de goede hoogte voor paperspace namelijk 2.5 mm

 

Hoe verschaal je nu dimensions en tekst?

 

Na vergelijking van het traditionele proces voor het creëren van dimensies en tekst annotaties met het nieuwe proces kun je zien dat het nieuwe proces niet veel verschillend is, maar toch aanzienlijk eenvoudiger namelijk:

 

  1. Bepaal de paperspace tekst hoogte die getekend dient te worden in modelspace bv 2.5 mm
  2. Voor dimensions bepaal de annotation schaal 1:100
  3. Zet de dimension tekst op de goede hoogte namelijk 2.5 mm of pas een annotatieve tekst style toe.
  4. Voor Mtekst
  5. Zet de tekst op de goede hoogte voor paperspace namelijk 2.5 mm

 

Annotation Styles.

In de volgende afbeelding, worden annotatief stijlen getoond in de Ribbon bar.

Deze stijlen zijn verkrijgbaar in elke tekening gemaakt op basis van een van de aangeboden templates die standaard in Acad aanwezig is.

 

 

Select Annotation Scale.

De eerste keer dat je een annotatief object creëert, word de Select Annotation Scale dialoogvenster weergegeven. Je selecteert een annotation schaal van de lijst en klik op OK.

De geselecteerde schaal wordt de standaard annotatie schaal voor de huidige tekening.

De selectie die je hier maakt, wordt ook weergegeven op de statusbalk, naast Annotatie Scale.

Dit dialoogvenster wordt één keer weergegeven per sessie van AutoCAD op je eerste poging om een annotatief object te maken. De schaal instelling kan worden gewijzigd op elk moment op de statusbalk door het selecteren van een schaal op de Annotation Scale lijst.

 

Annotation Scaling Tools.

Om te beginnen met het toepassen van de krachtige nieuwe annotation scale functionaliteit, moet je vertrouwd raken met de nieuwe annotation scale hulpmiddelen met inbegrip van Viewport Lock, Viewport Schaal, en Annotatie Scale.

Figuur 1. Annotation Scaling Tools

 

 

De Viewport Lock is weergegeven op de statusbalk wanneer een lay-out viewport wordt geselecteerd of actief is.

Hoewel de viewport vergrendeling knop op de statusbalk nieuw is sinds AutoCAD 2008, heeft men de mogelijkheid om viewports te vergrendelen door middel van andere methoden, zoals het rechte muis knop menu en het venster Eigenschappen.

Vergrendelen van een viewport na het instellen van een geschikte viewport schaal voorkomt dat je per ongeluk zoomt of de schaal instelling veranderd.

De Viewport Scale (VP Scale) controle wordt ook weergegeven op de statusbalk wanneer een lay-out viewport wordt geselecteerd of actief is.

Het stelt je in staat de schaal te bekijken en te bewerken waarop de actieve viewport wordt weergegeven.

Hoewel de Viewport Schaal controle nieuw is voor de Status Bar vanaf AutoCAD 2008, is deze beschikbaar via de werkbalk Viewports sinds AutoCAD 2000.

De Annotation Scale controle is volledig nieuw vanaf AutoCAD 2008.

Deze verschijnt op de statusbalk wanneer een lay-out viewport wordt geselecteerd of actief alsook wanneer het model tabblad actief is.

De Annotatie Schaal stelt de CANNOSCALE systeem variabele in, die AutoCAD vertelt welke schaal te gebruiken bij het maken van annotations.

Zonder het te beseffen, controleert deze hoe je de schaalfactor opgeeft.

Natuurlijk wil je dat AutoCAD een annotatie schaal neemt die hetzelfde is als de viewport schaal.

Wanneer je deze vanaf de statusbalk instelt, past AutoCAD automatisch de andere aan, waardoor ze synchroon blijven.

Ze kunnen niet meer gesynchroniseerd zijn, als je de viewport schaal verandert door in te zoomen of het gebruik van de Viewports werkbalk.

Om ze weer te synchroniseren, stel dit eenvoudig in met behulp van de statusbalk.

 

Annotative Objects.

Vanaf AutoCAD 2008, krijgen alle soorten objecten die annotation scaling ondersteunen (tekst, Mtext, Afmetingen, Leaders, Multiple Leaders, Toleranties, Blokken, attributen, Hatches) een nieuwe annotatie-object propertie.

Je kunt de annotatie-properties bekijken en wijzigen via het Properties-venster en via de object-specifieke editors, zoals de werkbalk tekstopmaak, Hatch dialoogvensters, enz.

 

Annotative Object Property

Bovendien, voor objecten die stijlen (tekst, Afmetingen, Multiple Leaders) gebruiken, kunt je annotatieve stijlen maken en toepassen.

 

Annotative Styles

 Wanneer een object annotatie-propertie is ingeschakeld, wordt automatisch een nieuwe annotatie-schaal propertie toegepast op het object.

Elke annotatie-object moet één of meer annotatieve schalen bezitten.

Dit zijn de schalen waarop je wilt dat het object gepresenteerd word.

Als je met behulp van traditionele methoden ,een object wilde weergeven op verschillende schalen, met behoud van dezelfde hoogte, moest je een aantal exemplaren van het object copieëren op meerdere lagen.

Dan moet je elk object een ander modelspace hoogte geven gebaseerd op zowel de paperspace schaal als de tekst hoogte waarop je deze wilde weergegeven op het scherm.

Annotatie-object schalen met dezelfde functie maar met minder stappen en geen redundantie van gegevens.

 

Je kan onderscheid maken tussen annotatie-objecten en niet-annotatie-objecten door de aanwezigheid van een annotatief icoon. Wanneer je met uw cursor over een annotatief object gaat, word een annotatief icoontje automatisch weergegeven in de buurt van de cursor.

Een enkele pictogram geeft aan dat het object momenteel slechts één annotatief schaal ondersteunt, een dubbel-pictogram geeft aan dat het object op dit moment twee of meer schalen annotatief ondersteunt.

Vergelijkbare annotatie-iconen worden ook gebruikt om aan te geven welke stijlen in een stijlen lijst annotatief zijn.

 

Je kunt weergeven, toevoegen en verwijderen van de object scales die worden ondersteund door een geselecteerd object met de OBJECTSCALE commando.

De lijst met beschikbare schalen die je kunt toevoegen aan een object komt van de algemene AutoCAD Scale List, die je kunt aanpassen met de SCALELISTEDIT commando.

Deze commando's kun je ook vinden op de Ribbon Bar.

De annotatie-schalen van een object bepalen de grootte en de zichtbaarheid van de object schaal representaties.

Wanneer een viewport of de model tab is ingesteld op een bepaalde schaal annotatie, worden alleen de annotatie-objecten die de huidige annotatie schaal ondersteunen normaal weergegeven.

 

 

 

Status Indicators.

Omdat de zichtbaarheid van de annotatie-objecten wordt bepaald door de huidige Annotation Scale en de ondersteunde annotatief schalen van de verschillende objecten, is het mogelijk dat sommige of alle van de objecten verdwijnen wanneer je de annotatieve schaal naar een waarde wijzigt waarop de objecten niet zijn vertegenwoordigd. Je kunt gebruik maken van twee hulpmiddelen op de statusbalk om deze situatie te verhelpen.

 

Je kunt snel alle annotatie-objecten tonen, ongeacht hun ondersteund annotatieve schalen, door gebruik te maken van de Annotation Visibility controle (de annotatie-gloeilamp-knop, die het ANNOALLVISIBLE systeem variabele schakelt).

Vervolgens kun je een van de objecten selecteren en voeg de annotation schaal toe of om te verwijderen.

Om verwarring te voorkomen, wat wordt veroorzaakt door het weergeven van annotatie-objecte als ze niet ondersteund worden door de huidige Annotation Scale, moet je Annotatie Zichtbaarheid uit schakelen, behalve wanneer dat nodig is.

 

De tweede tool (de annotatie bliksemschicht-knop, die het ANNOAUTOSCALE systeem variabele wisselt) stelt je in staat om automatisch schalen toe te voegen aan annotatie-objecten als de annotatie schaal verandert.

Bijvoorbeeld, als de annotation in de huidige viewport alleen een annotatief object schaal van 1:50 bezit en je wilt de viewport / annotatie schaal veranderen naar 1:100, kun je deze knop inschakelen, zodat de nieuwe schaal (1:100) automatisch wordt toegevoegd aan alle annotatie-objecten binnen de viewport. Als je experimenteert met verschillende viewport maten, is het het beste om deze optie uit te schakelen totdat je de juiste grootte hebt gevonden.

Anders zou je per ongeluk ongewenste annotatief schalen toevoegen aan de objecten.

Elk van deze status indicatoren kunnen in één van de twee modus voorkomen.

 

 

Extra Annotation Scaling Tools.

Wanneer je een annotatief object selecteert dat meer dan één annotatief schaal heeft, kan het zijn dat AutoCAD tijdelijk alle schaal vertegenwoordigingen in de huidige viewport toont. Indien dit bezwaarlijk is, kunt je de waarde van de SELECTIONANNODISPLAY systeem variabele wijzigen zodat AutoCAD de annotatie-object toont die alleen op de huidige schaal voorkomt (een waarde van 0 schakelt de weergave van alternatieve schalen uit).

 Een ander kenmerk van de annotatie-objecten is de mogelijkheid om de objecten te verplaatsen naar verschillende posities voor elke schaal vertegenwoordiging. In de volgende afbeelding, het bijschrift tekst (een annotatief multileader) bevindt zich in een positie wanneer bekeken op een kleine schaal en in een andere positie wanneer bekeken op een grotere schaal.

 

 Je kunt gebruik maken van de ANNORESET commando om de locatie van alle schaal representaties voor een annotatief object van de huidige schaal opnieuw in te stellen.

Je kunt ook schalen toevoegen of verwijderen met behulp van de tools op de Annotation Scale paneel van de Annotate ribbon tab, of door rechts te klikken op een annotatief object en de gewenste tool uit het snelmenu te kiezen. (Merk op dat de OBJECTSCALE en ANNORESET commando's ook op dit snelmenu zitten.)

 

Overstap naar Annotation Scaling.

De stappen voor de uitvoering van het schalen van annotations zal enigszins variëren afhankelijk van het type objecten en of ze worden aangemaakt als nieuwe objecten of al bestaan ​​in uw tekening.

 

Tekst, Dimensions en Multileaders.

Om het schalen van annotations te implementeren voor objecten die stijlen gebruiken, waaronder tekst, afmetingen, en multileaders, moet je eerst annotatieve stijlen maken.

Je kunt nieuwe stijlen maken of je bestaande stijlen bewerken.

Als je meerdere stijlen hebt gemaakt met als enig doel het produceren van annotaties op verschillende schalen, kunt je de extra stijlen verwijderen.

 

Voor het maken / bewerken van stijlen:
1. Ga naar de stijldefinitie door het creëren van een nieuwe of aanpassen van een bestaande.
• Stel het gewenste formaat voor tekst, pijlpunt, enz. Dit is de echte (papieren) afmeting van de objecten.
• Schakel de annotatie-propertie in. De locatie van deze controle verschilt voor elk type van stijl.
2. Sla de bijgewerkte stijl definitie op.

 

 

Nadat je de annotatie-stijlen hebt gedefinieerd kunt je snel nieuwe annotatie-objecten op basis van die stijlen maken:
1. Maak een annotatief Style actief.
2. Stel de annotatie Schaal voor de huidige viewport of model tabblad op een juiste grootte.

Dit is wat de standaard annotatief schaal bepaalt voor het nieuwe object die je maakt.
3. Maak de tekst, dimensions of multileaders actief.
4. Toevoegen / verwijderen annotatief schalen voor geselecteerde objecten die nodig zijn.

Om bestaande tekst, afmetingen en multileaders te updaten:
1. Bewerk de bijbehorende stijlen, zodat ze annotatief zijn.
2. Stel de annotatie Schaal voor de huidige viewport of model tabblad op de schaal die je verondersteld nodig te hebben bij het maken van de originele annotation.

Bijvoorbeeld, als je de tekst op een hoogte van 17.5 mm maakte omdat je wilde dat het 3.5 mm groot zou zijn als de schaal 1:5 zou zijn, moet je de Annotatie Schaal in stellen op 1:5.
3. Gebruik ANNOUPDATE en selecteer de objecten waarvan je wilt dat deze door de annotatie schaal worden ondersteunt.
4. Herhaal de stappen 1-2 voor objecten waarvan je wilt dat deze een andere annotatie schaal ondersteunen.
5. Toevoegen / verwijderen annotatieve schalen voor geselecteerde objecten die nodig zijn.

Natuurlijk kunt je ook gewoon de annotatie-object properties van de bestaande objecten wijzigen, maar dan dien je elk object individueel aan te passen naar het annotatieve object, het veranderen van de stijl is veel efficiënter.

 

Arceringen.

Met behulp van annotation scaling is het makkelijk om arceringen te maken die zich automatisch aan passen aan het arceer vlak, zelfs als de viewport schaal veranderd.

 Om nieuwe arceringen maken:
1. Stel de annotatie Schaal voor de huidige viewport of model tabblad op een juiste grootte.

Dit is wat de standaard annotatief schaal bepaalt voor het nieuwe object die je maakt.
2. Open de Hatch en Gradient dialoogvenster om ervoor zorgen dat de annotatie-propertie is ingeschakeld, en pas de andere Hatch eigenschappen aan zoals je dat normaal zou doen.

Als u bestaande Hatches update:
1. Stel de annotatie Schaal voor de huidige viewport of model tabblad in op de schaal die je verondersteld nodig te hebben bij het maken van de oorspronkelijke Hatches.
2. Selecteer de Hatch objecten die je wilt ondersteunen met de huidige annotatie schaal en schakel de annotatie-propertie in met behulp van de Hatch Edit dialoogvenster of met Properties of Quick Properties palet.
3. Herhaal de stappen 1-2 voor de hatch objecten waarvan je wilt dat deze een andere annotatie schaal te ondersteunen.
4. Toevoegen / verwijderen annotatief schalen voor geselecteerde hatch objecten die nodig zijn.

 

Blocks.

Annotatie blokdefinities stellen je in staat block referenties in te voegen die consistente grootte behouden, ongeacht de viewport schaal.

In het algemeen zouden annotatief blokken symbolen zijn die niet getekend zijn op ware grootte voor de werkelijke objecten.

Bijvoorbeeld, een stoel of tafel in een plattegrond zou niet annotatief zijn, want je zou willen dat ze mee omhoog of omlaag schalen met de rest van de geometrie.

Maar een raam merk of een stopcontact symbool zou waarschijnlijk een annotatief object zijn, omdat je zou willen dat deze objecten dezelfde grootte behouden, zelfs als de viewport schaal verandert.

Bijvoorbeeld, in de onderstaande illustratie, zie je dat de oven kachel en de gootsteen in de keuken groter lijken in de 1:25 aanzicht aan de linkerkant dan in de 1:50 aanzicht aan de rechterkant, maar de kamer labels, raam merken, en elektrische contactdozen zijn even groot in beide weergaven.

 

    Schaal 1:25                        Schaal 1:50

 

Je kunt de annotatie-eigenschap toevoegen aan block definieties binnen een tekening bestand of aan individuele tekening die ingevoegd kunnen worden als blocks.

Hoewel de annotatie-propertie wordt opgeslagen in de block definitie, worden de object annotatief Scales op elke afzonderlijke blok referentie toegepast.

 

Voor het maken / updaten block definities:
1. Open de block definitie in de Block Editor.
• Zet de Annotation Schaal op 1:1.
• Zorg ervoor dat het block geometrie getekend is op de grootte zoals jij wilt dat het verschijnt in de tekening.
• Schakel de annotatie-propertie in op de Propertie palet onder Block.
2. Sla de bijgewerkte block definitie op.

 

Voor het maken / bijwerken van block tekening bestanden:
1. Maak / Open de block geometrie in de tekening editor.
• Zorg ervoor dat block geometrie getekend is op de grootte zoals jij wilt dat het verschijnt in de tekening.
• Schakel de ANNOTATIVEDWG systeem variabele in, 0 is nonannotative en 1 is annotative. (Merk op dat je alleen de ANNOTATIVEDWG variabele in kan schakelen voor tekeningen die geen annotatie-objecten bevatten.)
2. Sla het bijgewerkte tekening-bestand op.

 

Om nieuwe block referenties in te voegen:
1. Zorg ervoor dat het block definitie annotatief is.
2. Stel de annotatie Schaal voor de huidige viewport of model tabblad op een juiste grootte.

Dit bepaalt de standaard annotatief schaal voor de blokken die je plaatst.
3. Plaats blokken met een schaalverdeling van 1.
4. Toevoegen / verwijderen annotatief schalen voor geselecteerde block objecten die nodig zijn.

 

Om bestaande blok referenties te updaten:
1. Zorg ervoor dat het blok definitie annotatief is.
2. Zorg ervoor dat de ingevoegde schaal van het blok referenties 1 is.
3. Toevoegen / verwijderen annotatief schalen voor geselecteerde block inserties als nodig is.

 

Attributen.

Je kunt annotatie-eigenschap toevoegen aan block definities om ervoor te zorgen dat de attribuut tekst binnen een non-annotatief block zich automatisch aanpast op basis van annotatie schaal van de viewport.
Je kunt geen annotatief attributen of andere annotatie-objecten binnen een annotatief block plaatsen.

 

Om nieuwe attribuut definities te maken:
1. Als je attributen toe willen voegen aan een bestaand block, open deze dan in de Block Editor.
2. Stel de Annotation Schaal op 1:1.
3. Open de Attribute Definition dialoogvenster.
• Zorg ervoor dat de annotatie Propertie is ingeschakeld.
• Stel de teksthoogte op de juiste Paperspace teksthoogte.
• Breng andere kenmerken van de eigenschappen aan zoals gewoonlijk.
4. Plaats de attribuut definitie in het block definitie.
5. Sla het block definitie op.
6. Als men aanpassing maakt van een bestaande blok, gebruik ATTSYNC om bestaande blok inserties te synchroniseren met de nieuwe attributen.

 

Als u bestaande attribuut definities update:
1. Open de block definitie in de Block Editor.
2. Stel de Annotation Schaal op 1:1.
3. Selecteer het attribuut definities en open de Properties palet.
• Schakel de annotatie-propertie in.
• Stel de teksthoogte op de juiste Paperspace teksthoogte.
4. Sla de bijgewerkte block definitie op.
5. Gebruik ATTSYNC om bestaande blok inserties te synchroniseren met de bijgewerkte attributen.

 

Het oplossen van Annotatie Schaal vertragingen.

Sommige gebruikers hebben ervaren vertragingen te hebben bij tekeningen die meerdere annotatie schalen bevatten.

Om dit probleem te verhelpen, moet je opnieuw de schaal lijst resetten met behulp van de Schaal List Cleanup Utility.

Met dit hulpprogramma kun je een schaal lijst template specificeren met een door de gebruiker gedefinieerde schaal lijst.

Wanneer je het hulpprogramma uitvoert, worden ongebruikte schalen verwijderd uit de tekening en de schaal lijst van de geselecteerde template wordt toegepast. Je kunt de Schaal List Cleanup Utility down loaden van de Autodesk website.


Voor individuele tekeningen, gaat u als volgt te werk om handmatig de schaallijst te resetten:
1. Op de command line, type-SCALELISTEDIT.
2. Type R om de Reset optie te selecteren, en druk op Enter.
3. Wanneer je wordt gevraagd om de schaal lijst te herstellen naar de standaardwaarden, type Y en druk op Enter.
4. Type E om af te sluiten of druk op ESC.


Het handmatig resetten van de schaal lijst zorgt ervoor dat al uw aangepaste annotatie schalen verloren gaan en de lijst wordt gereset naar de standaard lijst.
Merk op dat geneste externe referenties overtollige schalen produceren.

 

Met dank aan Jos van der Heijden.




Reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties geplaatst.

Plaats reactie


Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie plaatsen.
   
 TOP 10 FORUMS
 DOWNLOADS
 TIPS & TRICKS
 EVENEMENTEN
Copyright 2005 - 2011 - AutoCADExchange.com