Je kunt een LSP, VLX of een FAS file dat een add-on of utility bevat, in AutoCAD installeren door het vanuit Windows Explorer (of een andere file manager) naar je AutoCAD venster te slepen. Nadat je applicatie is ingeladen in je sessie (en huidige tekening) komen de functies en commando’s beschikbaar die in de applicatie zijn geprogrammeerd. Normaliter zal een applicatie het commando tonen dat het gebruikt om vervolgens dit commando uit te voeren. Bijvoorbeeld: als een applicatie de tekst: C:MYCODE laat zien, kun je het MYCODE commando gebruiken voor die functie. Bij kleine utilities is de naam van het LSP/VLX bestand vaak hetzelfde als de naam van het command.
Een andere manier om de AutoLISP (VisualLISP) code van een applicatie te laden is het APPLOAD command. Met dit command selecteer je de benodigde bestanden die je wilt laden. Door ze in het briefcase icoontje te slepen, verzeker je je er zelf van dat ze automatische worden geladen – ook in latere AutoCAD versies.
Nog een andere manier is via het LISP command (load "myapplication.LSP") in de AutoCAD command line. In het vorige voorbeeld zal je LSP file dus moeten zijn opgeslagen in je AutoCAD support path. Je kunt dit command ook toevoegen aan je ACAD.LSP or ACADDOC.LSP bestand zodat het bij een volgende AutoCAD sessie beschikbaar is. LIPS bestanden met een .MNL extensie zijn automatisch beschikbaar in de relevantie menu files (MNS, MNU, CUI, CUIX).