
AutoCAD kent drie verschillende soorten dimensional constraints:
-
De dynamic constraint, hangt objecten aan een waarde en laat een dimension-achtige voorstelling zien. Dynamic constraints kun je niet plotten.
-
De annotational constraint is gelijk aan de dynamic dimensional constraint, maar de eerste gebruikt de huidige dimension style. Annotational constraints kun je ook niet plotten.
-
De reference constraint verbind geen objecten aan waarden, maar laat simpelweg de object waarde zien in een dimension-achtige voorstelling. Reference constraints kun je – net als alle andere bovenstaande constraints – ook niet plotten.
Annotational constraints kunnen erg handig zijn als je een object wilt constrainen en je wil die waarde weergeven als een dimensie. Eigenlijk gebruikt een annotational constraint de huidige transparantie en heeft het dezelfde ‘editable’ eigenschappen als een gewone dimensie.
Om een annotation constraint te maken, begin je gewoonlijk met een dynamic constraint, selecteer je die constraint en edit je deze in de Constraint Form field in Properties om ‘m te veranderen van Dynamic naar Annotational.

Maar dit kan een tijdrovend en lastig klusje zijn als je veel constraints wilt converteren naar annotational constraints. Gelukkig bestaat er een snellere manier. Als je van te voren al weet dat je annotational constraints wilt gaan toepassen, kun je CCONSTRAINTFORM alvast op ‘1’ zetten. Met CCONSTRAINTFORM kun je instellen of de constraints die je toepast op objecten annotational of dynamic zijn. Als je deze op ‘0’ (default) zet zal DIMCONSTRAINT automatisch dynamic constraints maken, maar als je deze op ‘1’ zet zal DIMCONSTRAINT automatisch annotational constraints maken.
Het gebruik van CCONSTRAINTFORM kan je veel tijd schelen door dat je nu niet iedere dynamics constraint hoeft te converteren in een annotational constraints.
Let op: je kunt CCONSTRAINTFORM alleen gebruiken tijdens het aanmaken van dimensional contraints. Zodra je al dimensional constraints hebt gemaakt, zul je deze handmatig moeten converteren door in de Properties te switchen tussen de twee types.